Ronse, de smaakmaker van de Vlaamse Ardennen

Werner & Myriam

ūüć∑ VERKENNERS WERNER & MYRIAM ūüć∑

Een stad waar kort na Nieuwjaar carnaval wordt gevierd, een patroonheilige die zijn eigen inwoners laat stikken, een Zottenmuur en een Zottenboek: daar moet wel een hoekje af zijn. Zot zijn wordt in Ronse als een compliment beschouwd. Allemaal licht overdreven natuurlijk, maar het zegt wel iets over de stad waar de schietspoelbourgeoisie het ooit voor het zeggen had. Er wordt namelijk graag en goed geleefd en gastvrijheid is er de norm. Welkom in de grote smaakmaker van de Vlaamse Ardennen.

Het lof der zotheid

'Sint-Hermes geneest alle gekken, maar laat die van Ronse verrekken,' zegt onze goedlachse stadsgids Isabelle bij het nieuwe Onthaal- en belevingscentrum Ronse en de Vlaamse Ardennen, De Hoge Mote. Deze historische site is met z'n unieke panoramatoren de ideale start voor een verkenning van de gezellige stad op de taalgrens. Sint-Hermes? 'Ronse begon ooit als een bedevaartsoord,' zegt Isabelle. 'De relikwie√ęn van Sint-Hermes, de patroonheilige van de geesteszieken, worden bewaard in de crypte van de Sint-Hermeskerk. Maar om van zijn gunsten te genieten moest je minstens 25 km gewandeld hebben en dat kan dus niet als je in Ronse zelf woont.' Daar hadden de Ronsenaars al snel iets op gevonden. Ieder jaar de eerste zondag na Pinksteren dragen ze tijdens de Fiertelommegang het schrijn van Sint-Hermes langs de stadsgrenzen, 32,6 km om precies te zijn, ruim voldoende dus om zijn bescherming af te dwingen. Deze eeuwenoude traditie wordt tot op de dag van vandaag springlevend gehouden. 'Ze noemen ons niet voor niks de zotten van Ronse,' lacht onze gids.

"Sint-Hermes geneest alle gekken, maar laat die van Ronse verrekken."

Waar de weefgetouwen zingen

Vanaf de panoramatoren  hebben we een fenomenaal uitzicht op de omliggende heuvels, de Sint-Hermeskerk, de Vrijheid (het oude stadsdeel dat tot aan de Franse revolutie eigen rechten had), de vele sheddaken van de oude textielfabrieken en de huizen in Amsterdamse art-decostijl op het Mouroitplein. 'Textiel bracht welvaart in de stad,' zegt Isabelle. 'Tijdens het interbellum stonden er meer dan vijfhonderd fabrieken en weverijen in Ronse.' Stille getuigen hiervan zijn nog de statige art-decovilla's die de textielbaronnen, de schietspoelbourgeoisie in het Rons, massaal in de stad neerpootte.

 

In het aanpalende textielmuseum MUST zien we een enorme collectie weefmachines, van de jaren '20 tot meer recente tijden. Op een vergeelde foto aan de muur poseren een groep arbeiders bij hun machines. 'In Ronse zingen de weefgetouwen' staat erop gedrukt. Maar wanneer Isabelle een oude weefmachine aanzet - ze werken nog bijna allemaal - en de schietspoel de inslag door de scheringdraden jaagt, blijkt zingen plots een eufemisme voor oorverdovend lawaai. 'Oorbeschermers droegen deze werkmannen niet. De meesten waren al voor hun twintigste potdoof.' Schering en inslag, horen we daar geen gezegde? 'Klopt,' zegt onze gids. 'Maar ook 'op een blauwe maandag', 'de riem afleggen' en 'de draad kwijt zijn' zijn uitdrukkingen die hun wortels hebben in de weverij.'

Bij de¬†Sint-Hermeskerk¬†duiken we de crypte in waar de relikwie√ęn van de gelijknamige heilige worden bewaard. Romaans-gotische architectuur versmelt er tussen de 32 prachtige zuilen met koolblad- en teerlingkapitelen, afgeboord met warme ijzerzandstenen muren. Het is uniek in Belgi√ę. 'Ronse was al sinds de middeleeuwen een belangrijk bedevaartsoord voor geesteszieken die hier soelaas kwamen zoeken. De cultus rond Sint-Hermes was een belangrijke bron van inkomsten voor de stad. De namen van de bedevaarders werden zorgvuldig opgetekend in het 'Zottenboek' dat nu in de crypte ligt uitgestald. In de waag die we zien werd de pelgrim gewogen; hij moest zijn tegengewicht in groenten, bouwstenen en levend slachtvee betalen. Maar hij kreeg er wel 'veel' voor terug, want links en rechts van de waterput zien we de badkamers waar de bedevaarders een warm bad konden nemen. Een hele luxe voor die tijd. 'Noem het gerust een spa avant la lettre,' lacht Isabelle. In de bovenkerk staan we bij een levensgroot beeld van Sint-Hermes, afgebeeld als een Romeinse perfect te paard die de duivel aan een ketting meesleurt. De grote weldoener der gekken die de Ronsenaars laat verrekken.

Met de Smaakkaart op stap

Als we café Local Unique binnenstappen, een oud volkscafé op de Grote Markt, krijgen we prompt een mattentaart onder onze neus gechoven. Geen idee waarom, maar de cafébaas trakteert en dat we volslagen vreemden zijn doet er niet toe. Met de Smaakkaart die we op de toeristische dienst kochten, kunnen we in de oude volkscafé's op de Grote Markt een streekbier proeven. In geen tijd raken we er aan de praat met andere klanten. Een wat oudere Ronsenaar aan het tafeltje naast ons geeft ons zelfs nog wat leuke tips mee om zijn stad te ontdekken. De Smaakkaart voert ons verder langs de lekkere hotspots van Ronse. Zo proeven we in café Sint-Hermes bij de kerk een Ronsenaarke, een lokaal aperitief op basis van Picon.

In de Passage, de gerestaureerde Sint-Martinuskerk die stijlvol werd omgebouwd tot een echte foodiestempel, proeven we lekkere Italiaanse gerechtjes bij Il Passaggio. Van heerlijke streekproducten uit de Vlaamse Ardennen genieten we bij Artisanne in de Peperstraat waar we een bord lokale kazen en dito mosterd krijgen voorgeschoteld om 'u' tegen te zeggen. Voor een zoetigheid achteraf trekken we naar het cosy vintage interieur van Barista Koffieboone in de Wijnstraat. De sympathieke Kristie verwent er ons met de lekkerste koffie en vers, huisgemaakt gebak.

 

De calorie√ęn verbranden we tijdens een boeiende¬†art-deco wandeling¬†door de stad. Op het Mouroitplein zien we vooral statige huizen in Amsterdamse art-decostijl. Ze werden ontworpen door jonge architecten die tijdens de Eerste Wereldoorlog Belgi√ę ontvluchtten en in de Nederlandse hoofdstad inspiratie vonden in het creatieve lijnenspel met bakstenen. Achter het station van Ronse, het oudste van Belgi√ę en oorspronkelijk het eerste station van Brugge, ontdekken volop de strakke art-decowoningen die deschietspoelbourgeoisie er ooit aan de lopende band liet optrekken.

Verre familie

'Een tafeltje voor twee? Dan hebben jullie geluk, want ik heb er nog nét eentje vrij,' zegt Inge. Samen met haar man Ward runt ze Resto La Difference in het kloppende hart van Ronse. Het is zaterdagavond, de twee etages én het terras van het restaurant zitten afgeladen vol. Ward, de chef, leerde het koksvak in Ten Duinen in Koksijde en perfectioneerde zijn kookkunsten bij gereputeerde chefs als Alain Ducasse. Op de kaart zien we uitgesproken Frans/Belgische gerechten met af en toe een knipoog naar de wereldkeuken. Ward werkt enkel met dagverse seizoenproducten en dat proeven we meteen. Voor het wildmenu zijn we nog een week te vroeg, maar in het warme Art-Nouveau decor laten we ons verwennen met lekkere huisgemaakte garnaalkroketjes en een lamskroon die zalig wegsmelt in de mond.

 

De zwoele herfstavond lokt ons na ons lekkere diner naar de terrasjes aan de andere kant van de Grote Markt. En we zijn lang niet de enige. Rond het enorme plein heerst en gezellige, ingetogen drukte. Het lijkt of de halve stad naar hier is afgezakt. Op het terras van de Harmonie, dat andere bekende volkscafé, genieten we na van een boeiende dag met een lekker streekbier. Ook hier raken we aan de praat met een aantal locals, alsof we hier dagelijks over de vloer komen. Ronse is een stad op mensenmaat. En meer nog dan de leuke plekjes die we hier ontdekken, zijn we gecharmeerd door de ongedwongen gastvrijheid van haar super sympathieke inwoners. 's Nachts slapen we als rozen in het stijlvolle Hotel Remington waar we ons allesbehalve gewone gasten voelen. Want onze sympathieke gastvrouw Audrey verwent er ons als ware we verre familie die ze in geen jaren meer gezien heeft.

Plan Bier

Bij Taverne Louise in Louise-Marie, drinken we een streekbiertje als opwarmer voor de Muziekboswandeling. Want bepaald plat kan je de 11 km lange route uit Plan Bier niet noemen. Ronse ligt namelijk in het dal van enkele getuigenheuvels, waarvan de hoogste de 148m hoge Muziekberg is. Muziek horen we er niet, maar als we tussen de torenhoge beuken wandelen, voelen we een enorme mysteriositeit. Wellicht is de prehistorische grafheuvel die we op onze tocht vinden een van de redenen dat er zoveel legendes in het Muziekbos ontstonden. Een boogscheut verder staan we bij de Geuzentoren, die op een tweede grafheuvel werd gebouwd. Overdonderd door de immense schoonheid van het omliggende heuvelachtige landschap riep dichter Pol de Mont vanaf het romantisch niemendalletje in 1888 de gevleugelde woorden: 'Maar dat zijn hier de Vlaamse Ardennen!' Een streeknaam was geboren. Het Muziekbos heeft in elke seizoen z'n charmes, maar wie het op z'n mooist wil zien, moet er in de lente naar toe wanneer duizenden hyacinten het bos bedekken met een immens paars tapijt.

"Muziek horen we niet, maar als we tussen de torenhoge beuken van het Muziekbos wandelen, voelen we een enorme mysteriositeit."

Bier tout court

'Bier is een passie die een uitweg moest vinden,' zegt Gert Keunen, muziekdocent en telg uit een brouwersfamilie. In 2012 startte hij zijn eigen microbrouwerij Keun, hij is de enige, nog échte brouwer in Ronse. Twee keer per maand brouwt hij 200 liter bier in z'n kleine uithoek in de Populierstraat. Zonder hop, geen bier, dus Gert heeft zijn eigen hopveld achter in de tuin. Wie zien er o.a. Britse, Amerikaanse, Duitse, maar ook oude oerhop die hij teelt voor zijn Groene Belle. Vandaag brouwt Keun 9 ongefilterde artisanale bieren van hoge gisting, met hergisting op de fles. 'Ik wilde vooral met iets speciaal naar buiten komen,' zegt Gert. We testen ze uit in zijn proeflokaal naast het ceramiekatelier van zijn getalenteerde madam. We proeven o.a. z'n Kleinbier, Tripel Saison en Café Noir, een zachte koffiestout én het paradepaardje van Keun. Het zijn niet alleen lekkere, maar vooral evenwichtige bieren waarover goed is nagedacht. En je hoeft echt geen kenner te zijn om te weten dat Gert's microbrouwerij een meerwaarde is voor het Belgische bierlandschap.

"Je hoeft geen kenner te zijn om te weten dat Gert's microbrouwerij een echte meerwaarde is voor het Belgische bierlandschap."

Plan Mes & Vork

Als we in Ronse vertellen dat we in¬†Maison D¬†gaan tafelen, merken we meteen een goedbedoelde, lichte jaloezie. De wat enigmatische D staat volgens de Ronsenaars voor huisnummer 10 (dix in het Frans), Didier en Delphine (de chef en z'n vrouw) maar vooral voor d√©licieux. Didier, de jonge chef, verdiende zijn sporen in o.a. De Karmeliet en Ch√Ęteau du Mylord in het naburige Ellezelles. Zelf omschrijft hij zijn keuken als vernieuwend klassiek, met oog voor de presentatie en evenwichtige smaken. Zes jaar geleden startte hij in Ronse zijn eigen restaurant met een jong, gedreven team. In het strakke, maar warme decor genieten we van een heerlijke Sint-Jacobsbouillabaisse met pompoen, girollen en peterseliewortel als starter. De wilde eend met wortel, mais en kroketjes van de billetjes als hoofdschotel is om duimen en vingers af te likken, de Spaanse wijnen bij de gerechten zijn de perfecte match. Afronden doen we met een dessert van witte chocolade, vanille, appel en calvados. Een ding is duidelijk, Didier flirt volop met een Michelinster. Plan Mes & Vork: wie in Ronse betaalbaar gastronomisch wil genieten, is bij Maison D aan het juiste adres.

Werner & Myriam

Werner & Myriam reizen samen de wereld rond. Van Namibi√ę tot Finland en van Frans-Polynesi√ę tot Ecuador ‚Ķ ze zijn er al geweest. Op hun reisblog¬†Dichtbij & Ver Weg¬†schrijven ze graag over de leuke en minder leuke aspecten van het reizen en houden ze hun lezers op de hoogte van evenementen, nieuwigheden en trends i.v.m. reizen en gastronomie, zowel Dichtbij als Ver Weg.

Meer over Werner & Myriam >>

Schrijf je in op de nieuwsbrief